Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

Naast het collegegeld mogen er geen andere financiële bijdragen worden gevraagd. Preciezer geformuleerd: de inschrijving mag niet afhankelijk gesteld worden van 'overige bijdragen' (art. 7.50 WHW). Er mogen dus geen 'administratiekosten' worden gevraagd ( met uitzondering van de wettelijk toegestane kosten bij collegegeldbetaling in termijnen).

Er mag wel een extra bijdrage gevraagd worden voor studieactiviteiten zoals werkbezoeken, excursies, introductiedagen enz. Studenten kunnen echter nooit verplicht gesteld worden om hieraan te betalen. Er moet een gratis alternatief worden aangeboden bijvoorbeeld in de vorm van een vervangende opdracht.

Er mag geen financiële bijdrage gevraagd worden voor het afgeven van collegekaarten (tenzij die verloren is), getuigschriften e.d.

Kort samengevat mogen er geen extra bijdragen gevraagd worden voor kosten die rechtstreeks met het onderwijs verband houden. Wel worden studenten geacht zelf de kosten van bepaalde onderwijsbenodigdheden (boeken, materialen, readers) te dragen. De aanschaf daarvan mag echter nooit verplicht gesteld worden. Als een student zonder een bepaalde reader aan de benodigde kennis komt, is dat zijn zaak. Ook de aanschaf van een laptop mag niet verplicht gesteld worden.

Er bestaat verschil van mening over de vraag of er kosten in rekening gebracht mogen worden voor selectie- en toelatingsonderzoeken. Het is de vraag of deze kosten rechtstreeks met het onderwijs verband houden. Volgens een brief van toenmalig minister Ritzen zouden er wel kosten in rekening gebracht mogen worden voor het toelatingsonderzoek aanvullende eisen (selectieonderzoek). Over andere toelatingsonderzoeken wordt niet gesproken.

In artikel 7.50 WHW is sprake van een Algemene maatregel van bestuur waarin bepaald wordt welke kosten opleidingen met 'aanvullende eisen' in rekening mogen brengen. Deze Amvb is niet tot stand gekomen.

info