Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

Als een huurovereenkomst voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld een jaar) is aangegaan, kunnen in beginsel noch de huurder noch de verhuurder tussentijds opzeggen.

Een huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt niet automatisch op het afgesproken tijdstip. De huurovereenkomst moet worden opgezegd met inachtneming van de normale opzegtermijn.

In de wet is echter een speciale opzeggingsgrond opgenomen om degene die een bepaalde periode elders moet verblijven (bijvoorbeeld in het buitenland) en daarna in zijn huurwoning wil terugkeren, te beschermen. Een dergelijke huurovereenkomst wordt tussenhuur genoemd. Van de opzeggingsgrond kan alleen gebruik worden gemaakt als vóór het begin van de tussenhuur duidelijk is vastgelegd dat de vroegere bewoner na terugkomst in de woonruimte zal terugkeren en daarbij uitdrukkelijk is bedongen dat de tijdelijke huurder de woning of kamer zal ontruimen. Deze afspraak moet worden gemaakt tussen de eigenaar- bewoner of, bij al verhuurde woonruimte, de (ver)huurder aan de ene kant en degene die tijdelijk wil huren aan de andere kant. Ook als de woning nog niet eerder is bewoond, mag gebruik worden gemaakt van de speciale opzeggingsgrond als vooraf duidelijk is vastgelegd dat degene die tijdelijk verhuurt na afloop van de afgesproken tijd de woonruimte zelf zal gaan bewonen. De rechter zal de huurovereenkomst niet beëindigen als degene die tijdelijk verhuurt geen belang meer heeft bij het vertrek van de tijdelijke huurder. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de vorige bewoner niet meer van plan is in de woonruimte te trekken. Ook bij tussenhuur gelden overigens de regels voor opzeggingstermijnen.

(zie verder De Grote Almanak voor Informatie en Advies)

info