Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

De leeftijdgrensaanpassing van 27 jaar naar 30 jaar per 1 september 2000 geldt voor alle studenten, dus ook de tempobeursstudenten en de prestatiebeursstudenten die op dat moment reeds studeren.

Dit betekent dus in ieder geval dat alle studenten die per1 september 2000 studiefinanciering genieten, op dat moment ouder zijn dan 27 jaar en nog tempo- of prestatiebeurs over hebben, deze ook weer daadwerkelijk als tempo- of prestatiebeurs uitgekeerd krijgen. De IB-Groep kent echter niet alleen aan deze groep weer beursrechten toe, maar aan meer studenten, namelijk degenen die:

  • op 1 september 2000 nog geen 30 jaar zijn, èn;
  • op hun 27e verjaardag nog niet de gehele periode van prestatiebeurs (is gelijk aan de cursusduur, ofwel 4 jaar voor een 4-jarige opleiding) of tempobeurs (is gelijk aan de cursusduur + 1, ofwel 5 jaar voor 4-jarige opleiding) hadden verbruikt;
  • nog niet het totaal aantal maanden "lening na de beursperiode" hebben verbruikt, ofwel 24 maanden voor de tempobeursstudenten en 36 maanden voor de prestatiebeursstudenten.

Daarbij gaat de verrekening van eerder genoten studiefinanciering als volgt:

  • de maanden tempo- of prestatiebeurs die vóór de leeftijd van 27 jaar werden genoten, gaan af van de periode van prestatiebeurs (4 jaar voor 4-jarige opleiding) of tempobeurs (5 jaar voor 4-jarige opleiding)
  • de maanden die betrokkene reeds als lening heeft genoten vóór 1 september 2000 wegens het bereiken van de leeftijd van 27 jaar, gaan eerst af van de 24 maanden lening voor de tempobeursstudenten en 36 maanden lening voor de prestatiebeursstudenten, en daarna pas van de beursperiode van 5 c.q. 4 jaar.

Dit betekent dus feitelijk dat "verlopen beursrechten" alsnog kunnen worden opgenomen per september 2000.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

Studente B heeft als volgt ingeschreven gestaan:

1997-1998: bouwkunde (HBO) + studiefinanciering (prestatiebeurs)

1998-1999: bouwkunde (HBO + studiefinanciering (prestatiebeurs)

1999-2000: bouwkunde (HBO + studiefinanciering;

op 18 september 1999 is studente B 27 jaar geworden. Met ingang van 1 oktober 1999 bestaat de studiefinanciering uit lening op grond van leeftijd.

In totaal heeft een bouwkundestudent die onder de prestatiebeursbeurs valt recht op 4 + 3 jaar studiefinanciering. De berekening van het openstaande saldo gaat met ingang van 1 september 2000 als volgt:

Verbruikt per 1 september 2000:

25 maanden prestatiebeurs
11 maanden lening op grond van leeftijd.

Beursrecht per 1 september 2000:

48 maanden - 25 maanden (verbruikt) = 23 maanden

Leenrecht per 1 september 2000:

36 maanden - 11 maanden (verbruikt) = 25 maanden.

info