Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

Het recht op studiefinanciering bestaat uit een periode gemengde studiefinanciering en een periode leenfinanciering.

Gemengde studiefinanciering
In deze periode kan een student gebruik maken van:

  • basisbeurs (thuiswonend of uitwonend) eventueel aangevuld met een 1-oudertoeslag of partnertoeslag in specifieke situaties
  • aanvullende beurs (afhankelijk van inkomen ouders)
  • OV-studentenreisproduct
  • leendeel
  • collegegeldkrediet

Al deze onderdelen met uitzondering van het leendeel en het collegegeldkrediet zijn prestatiebeurs: ze worden omgezet in een gift als de student op tijd het vereiste einddiploma behaalt.
Het leendeel en het collegegeldkrediet zijn altijd een schuld die de student moet gaan terugbetalen.

De bedragen en de hoogte van de toeslagen staan op de site van DUO/IB-Groep.

De duur van de periode van gemengde studiefinanciering is gelijk aan de nominale duur van de opleiding. Bij een HBO-bachelor is dat 4 jaar. Indien de opleiding korter dan 4 jaar is wordt het aantal jaren beurs met het aantal maanden dat de opleiding korter is verminderd en het aantal maanden alleen lening evenredig vergroot (zie ook 3.7.7). Indien een opleiding langer dan 4 jaar is wordt het aantal maanden prestatiebeurs vermeerderd en blijft het aantal maanden alleen lening gelijk (zie ook 3.7.10).

Slechts in één situatie kan de beursperiode met een jaar worden verlengd, namelijk als een student als gevolg van een functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen de beursperiode: klik hiervoor hier.

Leenfinanciering
Na de periode gemengde studiefinanciering is er nog recht op 3 jaar leenfinanciering. Dat bestaat uit:

  • leendeel
  • collegegeldkrediet

Gedurende het eerste leenjaar is er wel recht op het studentenreisproduct in de vorm van prestatiebeurs.

Prestatiebeurs is voorwaardelijke lening: wordt gift bij diploma binnen 10 jaar
De prestatiebeurs (basisbeurs inclusief eventuele 1- ouder toeslag/partnertoeslag en aanvullende beurs) en het studentenreisproduct worden eerst verstrekt als een voorwaardelijke rentedragende lening. Die lening wordt pas omgezet in een gift als de stude­rende binnen de diplomatermijn van 10 jaar (gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs) een einddiploma in het hoger onderwijs behaalt (zie ook 3.7.6). Uitzondering: de eerste 5 maanden aanvullende beurs zijn altijd een gift (zie 3.7.6.2).

N.B. Van 1996-1997 tot en met 2003-2004 waren er twee meetmomenten, namelijk het eerste studiejaar (of exacter, zoals de wet zegt: het studiejaar waarin de student op enig moment voor het eerst studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van hoger onder­wijs), waarin de student ten minste 30 (ECTS) studiepunten moest halen en het halen van een diploma binnen de diplomatermijn. Met ingang van het studiejaar 2004-2005 is de prestatiebeursnorm voor het eerste jaar afgeschaft.

info