Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

De student valt onder de prestatiebeurs (begonnen 2000-2001 of 2001-2002). Hij ontvangt de studiefinanciering eerst als rentedragende lening. Bij bepaalde studieprestaties wordt deze omgezet in een gift, waarbij de rente wordt kwijtgescholden:

In het eerste studiejaar waarin voor het eerst studiefinanciering voor HO is ontvangen:

  • Basisbeurs: de student moet minimaal 30 (ECTS)-punten halen.
  • OV-studentenkaart: de student moet minimaal 30 ECTS-punten halen (als hij dit niet haalt moet hij € 78,35 per maand betalen over alle maanden dat de kaart tijdens de eerste 12 maanden in zijn bezit was)
  • Aanvullende beurs: heeft de student tijdens de eerste 12 maanden studiefinanciering ook een aanvullende beurs? Dan ontvangt hij deze beurs meteen als gift, onafhankelijk van de studieprestaties in het eerste jaar waarin hij studiefinanciering ontvangt voor het hoger onderwijs.

Uitzonderingen:

  • herkansing 1e jaar: heeft de student in het 1e jaar onvoldoende punten behaald, maar behaalt hij wel binnen de diplomatermijn een erkend einddiploma? Dan wordt de basisbeurs over de eerste 12 maanden alsnog een gift en hoef hij geen vergoeding te betalen voor de OV-studentenkaart.
  • 1-februari-regel: zet de student de studiefinanciering in het eerste jaar uiterlijk per 1 februari stop? Dan kan hij gebruik maken van de 1-februari-regel.
  • Als de student zich inschrijft als student na 31 januari dan hoeft hij geen 30 maar 20 ECTS-punten te behalen.

In de overige studiejaren waarin de student recht heeft op een prestatiebeurs:

  • Basisbeurs: de student moet een einddiploma in het hoger onderwijs behalen binnen de diplomatermijn van 10 jaar. Behaalt hij een einddiploma, dan wordt de basisbeurs vanaf maand 13 omgezet in een gift. Hoeveel maanden er worden omgezet is afhankelijk van het diploma.
  • OV-studentenkaart : de eisen zijn gelijk aan die van de basisbeurs. Bij onvoldoende prestaties moet de student € 78,35 (bedrag 2006) per maand betalen over alle maanden dat de kaart (in de betreffende periode) in zijn bezit was. Dit geldt ook voor de leenperiode.
  • Aanvullende beurs: na de 12e maand ontvangt de student de aanvullende beurs als rentedragende lening die pas gift wordt bij voldoende studieprestaties. De eisen zijn gelijk aan de eisen voor de basisbeurs. Haalt hij geen diploma (of niet binnen de diplomatermijn) dan blijft de aanvullende beurs een rentedragende lening, die hij later moet terugbetalen.

info