Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

Studenten die tussen 1 augustus 1991 en 1 september 1996 studiefinanciering voor het hoger onderwijs hebben genoten, vallen onder de tempobeurs. De tempobeurs brengt een koppeling aan tussen de studiefi­nancie­ring en de studievoort­gang: indien gedurende een studiejaar niet voldoende studievoort­gang is geboekt, worden de beursbe­dragen die over dat studiejaar ontvangen zijn, achteraf omgezet in een rente­dragen­de lening. Deze lening moet na afloop (of het staken) van de studie terugbetaald worden. Over het gehele studiejaar gemeten, moesten studenten in 1993-1994 en 1994-1995 van de 42 (oude) studiepunten er tenminste 10 behalen. Dat kwam neer op zo'n 25% van de totale studielast. Voor het studiejaar 1995-1996 en volgende is de tempobeursnorm 21 (oude) studiepunten, ofwel 30 ECTS studiepunten (50% van de jaarlijkse studielast).

Vrijwel alle studenten die vóór 1 augustus 1991 reeds studiefinanciering ontvingen, zijn reeds lang door hun beursperiode heen. Er zijn echter nog een paar studenten die nog beurs over hebben, omdat zij de studie enige tijd hebben onderbroken. Voor deze studenten blijven de oude rechten gehandhaafd in de WSF 2000. Curieus is wel dat voor deze groep de tempobeurseisen (die wel golden) vervallen: zij hoeven niet te voldoen aan de tempobeurs, maar krijgen de nog eventuele openstaande beurs direct als gift.

Art. 10.2 + 14.1 WSF 2000

info