Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

Het sparen van studiepunten in het kader van de tempobeurs is mogelijk (Art. 18, besluit SF2000)

De inhoud van deze regeling is als volgt:

  • Als een student in enig studiejaar niet 30 (ECTS) studie­punten heeft behaald, maar wel 14 (ECTS), ofwel 10 oude studie­pun­ten, dan wordt de in lening omgezette beurs (op verzoek van de student: zie onder h.) toch weer een beurs (achteraf dus) als de student er in slaagt om binnen 5 jaar 300 (ECTS), ofwel 168 oude studie­punten te behalen.
  • Dit betekent dat de regeling dus feitelijk terugwerkende kracht heeft tot 1 september 1995: met ingang van het studiejaar 1995-1996 is de tempobeursnorm 21 (oude) studiepunten; de jaren daarvoor was de norm 10 (oude) studiepunten.
  • De 5 jaar (60 maanden) tellen niet vanaf de eerste inschrijving in het hoger onderwijs, maar vanaf het tijdstip waarop de student voor het eerst studiefinancie­ring ontving voor het volgen van hoger onderwijs. Vanaf dat moment gaat de teller van 5 jaar door, ook al onderbreekt de student de studie(financiering) enige tijd. De rechtbank in Groningen (01/300 WSF/BSF) heeft echter bepaald dat bij een jaar onderbreking van de studie ook de termijn van 5 jaar moet worden opgerekt.
  • De termijn van 5 jaar, genoemd onder a, geldt voor alle studen­ten die een opleiding met een studielast van 168 (oude) studiepunten volgen: daarbij is dus geen onderscheid tussen de studenten die nog recht hebben op 6 jaar beurs (studenten die niet onder de c+1+2 maatregel vallen) en de studenten die recht hebben op 5 jaar beurs (studenten die wel onder de c+1+2 maatregel vallen).
  • De 168 (oude) studiepunten hoeven niet binnen één opleiding behaald te worden: alle behaalde studiepunten in opleidingen in het hoger onderwijs (dus zowel WO als HBO) waarvoor de tempo­beurs geldt, tellen mee. Punten behaald bij de universitai­re eerste­graads lerarenop­leiding blijven dus buiten beschouwing: deze opleiding valt niet onder de tempobeurs. Ook vrijstellingen tellen voor de spaarregeling niet mee als behaalde studiepunten!
    Wel tellen de punten mee uit een of meer perioden waarin geen studiefinanciering werd genoten. Deze perioden mogen ook liggen vóór de start van de studiefinanciering!
  • Studiepunten behaald in buitenlandse opleidingen (bijvoorbeeld diergeneeskunde in België), tellen niet mee. De teller voor de termijn van 5 jaar gaat echter wel lopen vanaf het tijdstip waarop de student voor het eerst studiefinancie­ring ontving voor het volgen van hoger onderwijs (of dit nu in Nederland of het buitenland is).
  • De regeling geldt alleen voor de studenten die onder de tem­pobeurs vallen, en niet voor de studenten die per 1 sep­tember 1996 of daarna voor de eerste keer studiefinanciering ontvangen in het hoger onderwijs en daardoor onder de prestatiebeurs vallen.
  • Voor de langere opleidingen (geneeskunde, diergeneeskun­de, farmacie, theologie in combinatie met de kerkelijke opleiding; studielast van 252 studiepunten) gelden de volgende termijnen: als een student in enig studiejaar niet 21 (oude) studie­punten heeft behaald, maar wel 10 studie­pun­ten, dan wordt de in lening omgezette beurs op verzoek van de student toch weer een beurs als de student er in slaagt om binnen 7 jaar 252 studie­punten te behalen.
  • Officieel moet de student zijn aanvraag voor het toepassen van de spaarregeling uiterlijk 3 maanden na het einde van de termijn van 5 jaar (c.q. 7 jaar voor de langere opleidingen) bij de IB-Groep indienen. In de praktijk let de IB-Groep niet erg op deze termijn. Bij de aanvraag moet de student een gewaar­merkte verklaring voegen van de opleiding(en) waaruit de totale studievoort­gang blijkt (het in totaal behaalde aantal studiepun­ten), en een verklaring over het aantal studiepunten dat is behaald in het studiejaar waarover de omzetting plaats moet vinden.
  • Als een student "tempobeurscompensatie" heeft gekregen van de universiteit (vergoeding van de gemiste beurs omdat de student er wegens bijvoorbeeld ziekte niet in slaagde de tempo­beursnorm te halen), dan wordt de termijn van 5 (c.q. 7) jaar verlengd met het aantal maanden waarover tempobeurscom­pensatie is gegeven.

Nota bene:

  • Met tussentijds uitschrijven wegens ziekte of bijzondere familieomstandigheden wordt geen rekening gehouden.
  • Bestuursbeurzen en afstudeersteun leiden niet tot een verlenging van de termijn van 5 (c.q. 7) jaar, ook al suggereert het formulier van de IB-Groep waarmee een beroep op de spaarregeling kan worden gedaan het tegendeel.
  • Met een verlenging van studiefinanciering op grond van handicap wordt (d.m.v. toepassing van de hardheidsclausule) wel rekening gehouden: de termijn van 5 (c.q. 7) jaar wordt in dat geval verlengd met 1 jaar.
  • Omzetting van lening in beurs kan slechts één keer plaatsvin­den over één studiejaar. Over een jaar waarvoor de student reeds tempo­beurscom­pensatie van de universiteit heeft gehad, vindt geen omzetting plaats.
  • Bij de omzetting gaat de rente die over het om te zetten bedrag is opgebouwd, teniet.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

Student X heeft in 4 jaar zijn HBO-einddiploma behaald. In z'n 5e jaar begint hij aan een universitaire studie. Hij staakt deze studie in februari en op dat moment heeft hij 9 studiepunten gehaald. Kan hij nu gebruik maken van de spaarregeling?

Student X heeft wel voldaan aan de voorwaarde dat er binnen 5 jaar 168 studiepunten moeten zijn behaald (als het HBO-diploma een vierjarige opleiding betreft), maar niet aan de eis dat er in het te compenseren jaar tenminste 10 studiepunten zijn behaald. Het antwoord is dus negatief.

info