Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Financiën

Langlopende schulden zijn de schulden die bestaan uit rentedragende leningen en leningen veroorzaakt door het niet halen van de prestatie- of de temponorm. Ook kan het een kortlopende schuld zijn die omgezet is in een langlopende schuld.

Over langlopende schulden wordt rente berekend. Over leningen die vanaf januari 1992 zijn ontvangen begint de rente te lopen op de eerste dag van de maand na het ontvangen van de lening. Het rentepercentage wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Zie voor het actuele rentepercentage de site van DUO.

Bij het terugbetalen van de langlopende schuld onderscheidt DUO een aanloopfase en een aflosfase. De aanloopfase start op 1 januari van het jaar volgend op het moment dat de student afgestudeerd is of de studie heeft gestopt. De aanloopfase duurt twee jaar. In deze periode is er nog geen aflosverplichting. Direct na de aanloopfase start de aflosfase. Deze fase duurt maximaal 15 jaar. De IB-groep stelt het bedrag vast dat maandelijks terugbetaald moet worden opdat binnen 15 jaar de volledige studieschuld afbetaald is.

Het kan voorkomen dat de lening na 15 jaar nog niet geheel is afgelost. Het restant kan dan worden kwijtgescholden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden voor debiteuren die onder een oude aflossingssystematiek vallen (zie volgende alinea):
- Het verlaagde maandbedrag is tot het einde van de aflosfase lager dan het maandbedrag dat berekend zou zijn zonder draagkrachtmeting.
- Als de student een partner had en het inkomen van deze bij het berekenen van de draagkracht buiten beschouwing is gelaten, wordt de termijn van 15 jaar voor ieder jaar waarin dat het geval was met een jaar verlengd.
Achterstallige termijnen worden niet kwijtgescholden.

Sinds 1 januari 2012 kan tijdens de aflosfase de terugbetaling opgeschort worden voor ten hoogste 5 kalenderjaren (de zogenaamde jokerjaren). De debiteur kan vragen om een vrije aflosperiode van minimaal 3 maanden tot maxmaal 5 jaar en kan het meerdere keren aanvragen, totdat het maximum van 5 aflosvrije jaren bereikt is. Het verzoek wordt ingediend via het formulier Wijzigen terugbetalen studieschuld. De totale aflosperiode van 15 jaar wordt verlengd met de duur van de aflosvrije periode. De rente loopt door in aflosvrije periodes.

Studenten mogen eerder aflossen dan ze verplicht zijn of meer aflossen dan het vastgestelde maandbedrag. Ze mogen zoveel aflossen als ze willen.

Verschillende aflosregelingen
Op 21 april 2009 is een wetsvoorstel aangenomen met daarin ook wijzigingen in de aflossingssystematiek. Die gaan in per 1 januari 2012. De verschillen staan hieronder. De nieuwe wet geeft iedere debiteur de mogelijkheid de aflossing tijdelijk op te schorten tot maximaal 5 kalenderjaren (zie voorgaande alinea).

Oude regeling
Geldt voor studenten die studiefinanciering hadden voor 1/8/2009 en voor of in 2011 zijn begonnen met aflossen
Maandbedrag op basis van hoogte schuld, rente en looptijd
Aanvraag verlaging maandbedrag op basis van draagkracht is mogelijk
Student kiest of inkomen partner meetelt bij vaststelling maandbedrag
Laatste moment van inschrijving is bepalend voor startdatum aflosperiode

Nieuwe regeling
Geldt voor studenten die op/na 1/8/2009 voor het eerst studiefinanciering hadden
Maandbedrag op basis van draagkracht, indien dat voordelig is voor de student
Kan niet, want is al berekend op draagkracht
Geen keuze, inkomen partner telt mee
Laatste moment studiefinanciering is bepalend voor startdatum aflosperiode

Overgangsregeling
Studenten die studiefinanciering hadden voor 1/8/2009 en pas in of na 2012 beginnen met het verplichte aflossen, mogen kiezen volgens welke regeling ze willen terugbetalen.

Kwijtschelding aanvullende beurs
Studenten die geen einddiploma halen, kunnen een behoorlijke schuld opbouwen. Om studenten met een aanvullende beurs tegemoet te komen, zodat hun schuld niet hoger wordt dan die voor studenten zonder aanvullende beurs, heeft DUO/IB-Groep de mogelijkheid de aanvullende beurs kwijt te schelden. De voorwaarden hiervoor zijn:
1. de student heeft tenminste 5* maanden prestatiebeurs gehad,
2. na deze 5* maanden is nog tenminste een maand aanvullende beurs uitbetaald na augustus 2001,
3. de aanvullende beurs is nog geen gift geworden.
* voor studenten die zijn gestart voor 2010/2011 geldt: 12 maanden

info