Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

De Koppelingswet controleert rechtmatig verblijf bij beroep op voorzieningen. Dit geldt ook bij inschrijving voor Hoger Onderwijs. De Instelling moet controleren of de student rechtmatig in Nederland verblijft op de eerste dag van de inschrijving bij de opleiding.(WHW art 7.32 lid 5) Als de vergunning later niet meer geldig is, is de instelling niet verplicht hierop te controleren. Hiermee in tegenspraak lijkt te zijn het CFI-protocol voor de bekostiging. Dit protocol eist een geldig verblijfsdocument op 1 oktober. Er wordt betwijfeld of het CFI iets mag eisen dat strijdig is met de WHW. Zie ook elders in dit handboek.

Het aantonen van rechtmatig verblijf kan met een geldig paspoort van een EU/EER-land. Dit geldt ook voor Nederlanders; voor alle anderen: bevestiging aanvraag verblijfsvergunning of verblijfsvergunning of W-document.

Ook in relatie tot de Koppelingswet staat de regel (die op ieder verblijfsdocument vermeld staat) dat 'een beroep op de openbare middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht'. Sinds begin maart 2007 is het duidelijk dat zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag niet worden gezien als een beroep op de openbare middelen; deze toeslagen kunnen dus door studenten aangevraagd worden bij de Belastingdienst, zonder mogelijke gevolgen voor het verblijfsrecht.

info