Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

De initiële wo-masteropleidingen zijn te onderscheiden in doorstroom masteropleidingen en speciale masteropleidingen:

  • Doorstroom masteropleidingen: in de Onderwijs- en examenregeling van iedere bacheloropleiding moet een aansluitende masteropleiding worden aangewezen.
  • Speciale masteropleidingen: deze sluiten niet direct aan op een bepaalde bacheloropleiding. Hiervoor mogen universiteiten studenten selecteren.
  • Daarnaast zijn er ook zogenaamde postinitiële masteropleidingen.

Bij de omzetting van de (op het moment van invoering van de bachelor-masterstructuur) bestaande wo-opleidingen in een bacheloropleiding en een masteropleiding, is de totale cursusduur gelijk gebleven. Vierjarige opleidingen worden omgezet in een bacheloropleiding van 3 jaar en daarna een masteropleiding van 1 jaar. Langere opleidingen in een bacheloropleiding van 3 jaar en daarna een langere masteropleiding, namelijk:

  • masteropleiding tot leraar voortgezet onderwijs: 1 tot 2 jaar, ofwel 60 tot 120 ECTS-studiepunten (te bepalen door instellingsbestuur)
  • masteropleiding tot tandarts/wijsgeer: 2 jaar, ofwel 120 ECTS-studiepunten
  • bèta/technische masteropleidingen: 2 jaar, ofwel 120 ECTS-studiepunten
  • masteropleiding tot arts, dierenarts, apotheker: 3 jaar, ofwel 180 ECTS-studiepunten

Voor deze opleidingen kan de student studiefinanciering (prestatiebeurs) ontvangen.

Voorts kunnen bij AMvB masteropleidingen tot leraar voortgezet onderwijs 1e graad aangewezen worden met een studielast van ten minste 2 jaar (120 ECTS-studiepunten) en ten hoogste 3 jaar (180 ECTS-studiepunten): het betreft hier vooral de educatieve masteropleidingen in het wo die behoren bij een masteropleiding met een studielast van 120 ECTS-studiepunten (m.n. bèta- en technische opleidingen).

Universiteiten mogen zelf de studielast van de masteropleidingen vergroten: zij moeten dan wel de prestatiebeurs tijdens die periode van verlengde cursusduur zelf aan de studenten betalen. Deze bevoegdheid mag echter niet direct gebruikt worden voor de doorstroom masteropleidingen. Op het moment dat zij ingesteld worden, mogen zij nog niet een grotere studielast krijgen; later wel.

Bestaande universitaire eerstegraads lerarenopleidingen kunnen nog blijven bestaan

De bestaande universitaire eerstegraads lerarenopleidingen kunnen tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip blijven bestaan. Universiteiten kunnen vooralsnog zelf kiezen op welk moment zij deze opleidingen omzetten in initiële wo-masteropleidingen.

Bericht IB-groep over studiefinanciering Masterfase lerarenopleidng.

Een aantal universiteiten heeft na de invoering van de Bama besloten in plaats van de oude 'ongedeelde' universitaire leraren opleidingen (ULO's), alleen nog een éénjarige opleiding lerarenmaster aan te bieden. Daarmee is echter de totale studieduur (en dus ook het recht op een prestatiebeurs) van een opleiding tot leraar eerstegraads teruggebracht van 5 jaar naar 4 jaar. En hier ontstaat vervolgens het probleem voor de studenten.

Studenten die zich namelijk na een driejarige bachelor inschrijven voor de éénjarige lerarenmaster aan de universiteit, hebben dan recht op in totaal vier jaar prestatiebeurs. Vóór de invoering van de bachelor-masterstructuur moest eerst een vierjarige initiële opleiding zijn voltooid, voordat een éénjarige opleiding tot leraar (ULO) kon worden afgerond. Deze studenten hadden dan in totaal recht op vijf jaar prestatiebeurs.

Er zijn bovendien nog veel studenten die de oude 'ongedeelde' opleiding van vier of vijf jaar hebben afgerond, zich vervolgens inschrijven voor een opleiding lerarenmaster en dan door de nieuwe Bama structuur tot de ontdekking komen dat ze geen recht meer hebben op een verlenging van prestatiebeurs. In het studiejaar 2002-2003 heeft de IB-Groep een uitzondering op deze regeling gehanteerd. Echter, voor de jaren daaropvolgend geldt deze uitzondering niet meer.

info