Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

In art. 7.48 WHW staan de regels voor vermindering en vrijstelling van het wettelijke collegegeld:

  • Als een student die het wettelijke collegegeld betaald heeft, zich tevens inschrijft voor een tweede opleiding (aan dezelfde of andere hogeschool of universiteit), waarvoor hij een gelijk of lager (wettelijk) collegegeld verschuldigd is, is hij voor die tweede inschrijving vrijgesteld van het betalen van collegegeld.
  • Op soortgelijke wijze geldt dat als een student zich inschrijft voor een tweede opleiding waarvoor hij een hoger collegegeld verschuldigd is, hij slechts het verschil tussen de al voldane bijdrage en het voor de tweede inschrijving verschuldigde collegegeld moet bijbetalen.
  • De eerste twee regels gelden ook voor degene die les- of cursusgeld betaald heeft voor het volgen van middelbaar beroepsonderwijs, en die daarnaast of in plaats daarvan ingeschreven wil worden aan een hogeschool of universiteit

Voor het instellingscollegegeld en het examengeld voor extraneï gelden de in art. 7.48 WHW neergelegde regels niet. Het instellingsbestuur moet daar zelf regels voor vaststellen.

Indien een student zich aan meer dan een instelling inschrijft, betaalt hij het collegegeld aan de instelling 'van eerste inschrijving'. Dit is, volgens een gentleman's agreement tussen de instellingen, de instelling waar de student de langste inschrijfhistorie heeft. Dat ligt echter niet wettelijk vast. Voor de inschrijving aan een andere instelling heeft de student een 'bewijs betaald collegegeld' (bbc)nodig, tenminste als het om hoger onderwijs gaat. Bij het mbo gaat het iets anders.

info