Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

Om toegelaten te kunnen worden voor bepaalde opleidingen in het hbo moeten leerlingen afkomstig van havo of vwo, examen gedaan hebben in een bepaald profiel. Ook kunnen er bepaalde vakken binnen een profiel verplicht worden gesteld. Deze eisen gelden ook voor studenten met een bachelor- of mastergraad of een propedeusegetuigschrift en voor studenten met een buitenlands diploma.

Indien iemand een ander profiel heeft dan vereist, kan hij toegelaten worden als hij bepaalde vakken in het vrije deel heeft gekozen. De hbo en wo opleidingen en de profielen of vakken waar het om gaat, worden genoemd in de 'Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs en kunstonderwijs 2007'. wijzigingen worden opgenomen in de Staatscourant.

Het instellingsbestuur kan bepalen dat degene die niet voldoet aan de nadere eisen, toch mag worden ingeschreven, indien hij volgens een onderzoek vóór de inschrijving heeft voldaan aan vergelijkbare eisen (art 7.25, vierde lid, WHW). Studenten met deficiënties mogen dus niet worden ingeschreven.
Hierop bestaat echter voor bepaalde in een ministeriële regeling genoemde opleidingen (eveneens art. 7.25, vierde lid) een uitzondering. Studenten met deficiënties mogen voor die opleidingen wél worden ingeschreven in door het instellingsbestuur te bepalen gevallen en onder bepaalde voorwaarden. De deficiënties moeten weggewerkt zijn vóór het einde van de propedeutische fase. De (technische) opleidingen waar het om gaat zijn opgenomen in de 'Regeling aanwijzing opleidingen hoger onderwijs inzake toelating deficiënte studenten' van 31 augustus 2007 (Stcr. 2007 nr. 160).
Voor het mbo-diploma gelden geen nadere vooropleidingseisen. De ministeriële regeling voor het aanwijzen van verplichte vakken binnen het mbo, genoemd in het derde lid van art. 7.25 WHW , is er nooit gekomen. Mbo-ers niveau 4 zijn daardoor toelaatbaar voor elke hbo-opleiding.

Studenten die voor een opleiding toelaatbaar zijn op grond van een bachelor- master- of propedeutisch getuigschrift, of een Nederlands of buitenlands diploma, dat door het instellingsbestuur gelijkwaardig aan het havo-, vwo-, of mbo-diploma is verklaard, mogen wél worden ingeschreven voordat ze hun deficiënties hebben weggewerkt. In dat geval mogen deze studenten geen examens afleggen, voordat zij door middel van een aanvullend onderzoek hebben aangetoond dat zij voldoen aan vergelijkbare eisen (art.7.28, derde lid). Het instellingsbestuur mag echter ook bepalen dat betrokkene zich niet mag inschrijven voordat hij heeft aangetoond aan vergelijkbare eisen te voldoen (art. 7.28, vierde lid).

info