Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Organisatie van het onderwijs

Studenten die zich willen inschrijven voor een bacheloropleiding in het hbo en wo, moeten in het bezit zijn van een havo, vwo of mbo-diploma (niveau 4) (art. 7.24 WHW). Van deze eis mag het instellingsbestuur alleen afwijken in de volgende gevallen:

  • Iemand die een bachelor of mastergraad heeft of een propedeuse hoeft niet aan de algemene vooropleidingseisen te voldoen (art. 7.28, eerste lid, WHW).
  • Iemand met een Nederlands of buitenlands diploma kan worden toegelaten indien het diploma naar de mening van het instellingsbestuur tenminste gelijkwaardig is aan een havo- vwo of mbo-diploma (art. 7.28, tweede lid, WHW). Onder dat Nederlandse diploma kan ook het havo- of vwo diploma 'oude stijl' (zonder profiel) vallen.
    Degenen die in het land van herkomst toegang hebben tot het hoger onderwijs, zijn zonder meer toelaatbaar, indien het desbetreffende land het 'Lissabonverdrag inzake erkenning kwalificaties hoger onderwijs' heeft ondertekend (globaal: de EU landen). De nadere vooropleidingseisen zijn in al deze gevallen onverkort van kracht.
  • Iemand van 21 jaar of ouder kan via een toelatingsonderzoek worden toegelaten ('colloquium doctum') (art. 7.29 WHW). In de wet is niet expliciet vastgelegd op welk moment de student 21 jaar moet zijn. Het lijkt redelijk dat de student op de datum waarop hij wordt ingeschreven (meestal 1 september of 1 februari) die leeftijd heeft bereikt.
  • Indien iemand beschikt over een in het buitenland afgegeven diploma dat in eigen land toegang geeft tot het hoger onderwijs, kan het instellingsbestuur bij het toelatingsonderzoek afwijken van de leeftijdsgrens van 21 jaar. Hetzelfde geldt als er in bijzondere gevallen geen diploma kan worden overgelegd (art. 7.29, derde lid, WHW). Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan vluchtelingen. Tot slot kunnen kunstopleidingen in bijzondere gevallen afwijken van de leeftijdsgrens van 21 jaar (vierde lid).

info