Aan actualisering en verbetering van de inhoud wordt nog gewerkt

Studieloopbaan en persoonlijke omstandigheden

De Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap en chronische ziekte (WGBh/cz) is op 1 december 2003 in werking getreden. De wet verbiedt ongelijke behandeling vanwege een functiebeperking of chronische ziekte. De wet is van toepassing op drie terreinen: werk, beroepsonderwijs en het openbaar vervoer. Alle lichamelijke, verstandelijke en psychische beperkingen vallen onder de wet.

De WGBh/cz geldt voor alle opleidingen die leerlingen en studenten voorbereiden op een beroep, dus alle mbo-, hbo- en universitaire opleidingen. Het recht op gelijke behandeling geldt voor alle onderdelen van het beroepsonderwijs: de toegang tot het onderwijs, de lessen zelf, de stages, de voorlichting over de beroepskeuze en de examens. De WGBh/z verplicht instellingen doeltreffende aanpassingen door te voeren voor studenten met een functiebeperking, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor de onderwijsinstelling. Doeltreffende aanpassingen zijn aanpasingen die 'geschikt' en 'noodzakelijk' zijn. Met geschikt wordt bedoeld dat de aanpassing de belemmering wegneemt en de zelfstandigheid van de student vergroot. Noodzakelijk wil zeggen dat hetzelfde doel niet op een andere manier kan worden bereikt. De onderwijsinstelling hoeft pas iets aan te passen als een student daarom verzoekt.

Het maken van direct of indirect onderscheid kan aldus de WGBh/cz in drie gevallen worden gerechtvaardigd:

  • indien de veiligheid en gezondheid van degene met een functiebeperking of andere betrokkenen in het geding is;
  • bij sociaal beleid;
  • bij maatregelen gericht op positieve actie.

info