Uitvalcijfers in het HBO zijn hoog, zo heeft Roel van Asselt onlangs nog keurig op een rij gezet in opdracht van de Vereniging Hogescholen. En dat is ondanks allerlei maatregelen al jaren zo. Sterker nog, het diplomarendement daalt. Van het aantal studenten dat in 2009 instroomde in het HBO had in 2004 - dus na 5 jaar, en niet eens 4 dus - nog niet de helft een diploma behaald (49%). Het cohort van 1995 had in 2000 nog een diplomarendement van 59%.

Vooral in het eerste jaar struikelen nogal veel studenten. Is dat erg? De propedeuse heeft volgens de WHW de functie van oriëntatie, selectie en verwijzing. Daar staat impliciet al dat het juist de bedoeling is dat een groep afhaakt.

Ik was vorig jaar februari in Utrecht bij een Facta Topdag over “de psychologie van de student”. Een van de sprekers was Saskia Kunnen (ontwikkelingspsychologie Rijksuniversiteit Groningen). Zij poneerde: “Studieuitval is een gevolg van ontwikkeling. Psychologisch gezien niet te voorkomen en niet verkeerd”. Zelfs een nog uitgesprokener stelling van haar kreeg alom bijval in de zaal: “Streven naar uitval beneden de 12% is zinloos en schadelijk. Het ontkent dat jongeren zich ontwikkelen en maakt ontwikkeling juist onmogelijk”. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de (on-)mogelijkheden van het adolescente “puberbrein” (hoewel dat volgens mij nu juist een ontwikkelingspsychologische kwestie en geen fysiologische is, maar dat is een andere discussie…).

Toch hebben hogescholen van alles geprobeerd om het tij te keren. Onderzoek naar effectmeting van maatregelen wijst ook uit dat men het niet eens is over al dan niet aangetoond succes ervan. In elk geval daalt dus het rendement juist al jaren.

Dit alles strookt met mijn ervaringen als studentendecaan. Jongeren zijn op een leeftijd van pakweg 18 jaar vaak nog gewoon zoekende. Laat ze, nee, stimuleer ze hierin. Richt met name in het eerste jaar de pijlen op oriëntatie en verwijzing: welke inhoud vindt een student boeiend en wat voor beroepsperspectief hoort daarbij?

Kortom, uitval bestrijden hoeft niet. Het rendement zit ‘m er in dat “afval” wordt voorkomen. Daarin hebben studentendecanen een schone taak: meehelpen voorkomen van onnodige uitval (door extra steun en begrip bijvoorbeeld), helpen oriënteren op wat een student zelf wil en adviseren bij een alternatief in de toekomst. Maar laat ze het vooral zelf uitzoeken.
Succes verzekerd!