door Lizette Colaris

Het welzijn van studenten wordt steeds hoger op de kaart gezet, en dat is natuurlijk terecht. In een land waar welvaart heerst, ligt depressiviteit op de loer. Zijn de jongeren verwend, misschien? Lui? Wat maakt nou toch in hemelsnaam dat ze zo ongelukkig zijn?

Hoe meer ik met jonge studenten te maken heb, hoe duidelijker wordt dat het een zeer complex geheel van factoren is, die allemaal samen maken dat jongeren tegenwoordig steeds vaker niet meer uit hun bed kunnen komen van pure ellende.

„Stress door te grote prestatiedruk zet het welzijn van jongeren onder druk.” Dat is de oorzaak volgens kranten en televisieprogramma’s. De bedoelde druk ontstaat door verwachtingen. Verwachtingen vanuit de overheid die nominaal studeren tot maat verheft, door de  maatschappij die jongeren zonder diploma’s minder waardevol acht, vanuit vriendengroepen die elkaar opjutten, vanuit ouders die zelf onzeker zijn en docenten die hun specialisme als uitgangspunt nemen en de lat al vanaf de eerste dag hoog willen leggen. Onuitgesproken verwachtingen, vaak, maar soms ook onbewust uitgesproken verwachtingen. Het varieert van: ’je hebt dat HAVO-diploma tenslotte niet voor niks gehaald!’, tot ’je bent in deze maatschappij niks waard als je niet op zijn minst een HBO-diploma hebt!’, tot ’ik heb zelf ook gestudeerd en dat ging ook goed - dus waarom zou jij dat niet kunnen?’. Op allerlei manieren wordt de aanstormende student, zelfs wanneer deze nog scholier is, duidelijk gemaakt dat er geen andere optie is. Je móet kiezen, een profiel op HAVO 3 en daarna al gauw een studie die leidt naar een beroep. En ’je móet studeren want anders krijg je nooit een goeie baan!’

Je bent 14 jaar en je bent verdoemd. Want je kunt niet kiezen, alles wat je leest over al die beroepen lijkt zo zinloos, ver weg. Weet jij veel wie je bent. Je voelt je knap waardeloos. Na drie jaar op het VWO ben je naar de HAVO gegaan, je had moeite met wiskunde en dus was VWO geen optie meer. Misschien heb je een oudere broer die al op kamers woont. Misschien heb je een nichtje dat studeert en het uitstekend doet, zoals iedereen dat van haar gewend is. Het zal met jou in elk geval nooit goedkomen, je bakt er nu al niks van. Hoe moet jij ooit al die rekeningen gaan betalen, die volwassenen altijd lijken te moeten betalen? Je ouders zijn gescheiden en je hoort je moeder zeggen dat ze geen tweede broek voor je kan kopen omdat ze daar geen geld voor heeft. Je weet niet wat je daar aan moet doen, want je vader heeft ook net zijn baan verloren dus hem vragen is ook geen optie. Jij moet en zal gaan studeren. ‚Dan heb je studiefinanciering, en tsja je moet dan maar lenen jongen, want anders weet ik het ook niet!’ En dan moet het wel meteen goed gaan, want nog eens opnieuw kiezen is al helemaal zonde van het geld. Ze zeggen dat je zonder dat diploma nou eenmaal nooit een echt fatsoenlijke baan gaat krijgen, dus je móet wel kiezen. Je maag krimpt ineen en je wilt niet meer uit bed. Als je in bed ligt kun je namelijk ook niets verkeerd doen. En dan hoef je even niet te kiezen.

Verwachtingen zijn hooggespannen. Opleiders van middelbare scholen zijn gebaat bij hoge slagingspercentages, daarom wordt er soms met leerlingen geschoven naar (lagere) niveaus zodat de kans groter is dat ze zullen slagen. Een HAVO-diploma terwijl ze de capaciteiten zouden kunnen hebben voor een VWO-diploma, of een VMBO-diploma terwijl HAVO waarschijnlijk ook gelukt zou zijn. Andersom is er een overspanning merkbaar van leerlingen die teveel gepusht worden of een niveau te hoog te worden geplaatst, op aandringen van ouders die niet willen accepteren dat hun kind door die keuze teveel en te lang op zijn of haar tenen loopt.

Kinderen zijn loyaal aan hun ouders, ze zullen altijd proberen te voldoen aan diens verwachtingen. Als dat niet meer lukt kan het gebeuren dat ze zich gaan afzetten, gaan rebelleren, in opstand komen. Of ze gaan braaf verder met het ondernemen van pogingen om de verwachtingen waar te maken. Totdat het niet meer gaat. En dan knapt er iets. Na lang in stilte geleden te hebben, is er nog maar één uitweg te bedenken. Iemand in vertrouwen nemen? Wie kun je vertrouwen als niemand lijkt te zien wie je bent en alleen maar naar je kijkt door de bril van hun eigen verwachtingen? Misschien is er wel helemaal geen verwachting, maar is het jouw aanname dat er verwachtingen zijn. Ze zullen wel verwachten dat je dat diploma haalt en dan gaat studeren. Omdat je zo graag wilt voldoen, zo graag goed wilt zijn en uiteindelijk: zo graag gezien wilt worden om wie je werkelijk bent, en welk talent je hebt. Je neemt aan dat iedereen, echt iedereen, zit te wachten tot jij met iets bijzonders komt. En dat lukt je niet. Nooit. Echt nooit. Nu niet en nooit niet.

Laten we hopen dat elke jongere iemand kan vinden die zonder oordeel wil luisteren. Die de tijd neemt om te horen wat er om gaat in dat nog jonge koppie. Die even samen stilstaat, om te kijken wat er nou eigenlijk is. In een land waar welvaart heerst is er weinig tijd om stil te staan. Weinig tijd om zonder oordeel te bekijken wat er is. Er moet altijd meteen een oplossing zijn, want er is nu eenmaal absoluut geen tijd voor omwegen. Er is geen tijd om iets uit te proberen want tijd is heel erg geld als je studeert. Ik hoop van harte dat het studentendecanen in het land gegeven mag zijn dat ze de tijd mogen nemen om samen met jonge studenten zo af en toe eens stil te kunnen staan. In een systeem waar tijd steeds meer geld is, lijkt helaas ook de tijd en zelfs de rol van de studentendecaan steeds meer onder druk te staan. Een symptoom van deze tijd? Ze zouden beter moeten weten..