door Lizette Colaris

Door de jaren heen heb ik zoveel studenten gezien die stress hadden, in tranen waren, in paniek, radeloos, de weg kwijt. En ik heb ook zoveel redenen voor die stress gezien, die zo verschillend van aard zijn dat het fenomeen studiestress ook niet zomaar te bestrijden lijkt.

In de basis vermoed ik dat er al iets fout gaat bij het idee dat iedereen MOET studeren. Waar vroeger slechts enkelingen naar de HBS gingen, de echte knappe koppen van de klas, gaat nu elke ziel die met de hakken over de sloot de HAVO af weet te maken, een poging wagen in het HBO. En ook de MBO-er kan het er niet bij laten zitten, die moet ook naar het HBO wil hij nog enige kans op een carrière maken. Althans, dat wordt hem of haar verteld door de omgeving, ouders en school.

Vervolgens zien we een massale uitval in het eerste jaar, bij het gros van de opleidingen. Raadselachtig hoe dat kan?

Nou nee. Lijkt mij vrij duidelijk dat het niet voor iedereen weggelegd is om op HBO-niveau te studeren. Om tegemoet te komen aan de instroom is hier en daar het niveau van de eerste jaren wat verlaagd. Meer slagingskans, zou men denken. Maar dat zou niet de oplossing moeten zijn. De oplossing zit niet in het niveau van de HBO-opleiding, maar in de instromende populatie die te weinig (of helemaal geen) studievaardigheden heeft.

En dan heb ik het nog niet over de ontbrekende intrinsieke motivatie. Uitstelgedrag, er geen zin in hebben, niet aan kunnen zetten tot studeren – het zijn veel gehoorde klachten. Vervolgens negatieve gedachten, depressieve neigingen, men voelt zich ongelukkig omdat er niets uit het hoofd of de handen komt. Dat is ook niet verwonderlijk, toch? Hoe vaak heb ik studenten niet horen zeggen dat ze hier alleen maar zitten omdat ouders persé wilden dat ze een keuze zouden maken, dat ze móeten studeren, ook al willen ze dat diep in hun jonge hart helemaal niet.. Treurig, te treurig voor woorden.

Waar studeren een feest zou moeten zijn, omdat je je eindelijk mag verdiepen in iets wat je toch al interesseert, in een omgeving waar alles aanwezig is om de honger naar kennis te stillen, zitten veel te veel studenten met de handen in het haar te huilen van verdriet en ongeluk, omdat ze niet mogen doen wat ze willen doen, niet kunnen zeggen wat ze willen zeggen en niet meer voelen wat ze zouden moeten voelen.

Wij, decanen, horen de verhalen aan en delen tissues uit om de tranen mee op te vangen. We luisteren geduldig naar de soms pijnlijke woorden, en verdomd. Ze zijn soms gewoon al blij dat er überhaupt iemand is die gewoon eens naar ze luistert, zonder oordeel of mening over wat ze doen of zeggen. We zien met lede ogen toe hoe steeds meer studenten het leven niet meer zien zitten, we praten en proberen te stimuleren, we wijzen richtingen aan naar oplossingen, we geven soms ook door wat we zelf van het leven geleerd hebben.

Want is het niet zo, dat deze jong volwassenen naast het studeren, ook het leven aan het leren zijn? Met vallen en opstaan? Helaas biedt de inrichting van het systeem daar weinig tot geen ruimte meer voor. En ook dat levert weer druk en stress op, want tijd is heel erg veel geld geworden met de invoering van het sociale leenstelsel.

Tijd om te gaan evalueren waar we nou eigenlijk mee bezig zijn, met zijn allen. Ik ben dan ook blij dat het Jubileumcongres van LOSHBO als thema “Het geluk kan wél op- over studiestress, burn-out, perfectionisme, geluk en maakbaarheid van het leven” heeft gekozen, want elke decaan heeft daar dagelijks mee te maken - onvermijdelijk. Laten we het er daarom samen eens goed over hebben…